Maritiem Digitaal

collectie zoeksyteem van de maritieme musea


Portret van Schout-bij-Nacht Willem Krul

titelPortret van Schout-bij-Nacht Willem Krul 
inventarisnummerA.0145(179) [nr 0040] 
collectieMensing    
museumHet Scheepvaartmuseum   Het Scheepvaartmuseum
makerPortman, Ludwig Gottlieb;  Heinsius 
trefwoordenprent 
omschrijvingPortret van Schout-bij-Nacht Willem Krul, Heere van Burgst, bortsbeeld naar rechts in ovaal. 
afmetingenhoogte 14.6 cm 
breedte 9 cm 
 
startdatum1780 
einddatum1790 

Commentaar van bezoekers

F.N. Heinsius | 2018-01-12 | 12:28:53De voorste schepen voeren een eigen vlag. Op de achtersteven een rode vlag met daarin een blauwe positievlag met wit kruis. Op de top een oranje vlag met een blauwe positievlag met rood-wit-geblokte randen. De kleuren zijn echter moeizaam te zien, zie hierbij de bijgevoegde afbeelding.  
Fré Heinsius | 2018-01-11 | 15:19:40Zie ook het lemma wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Crul Bij het schilderij: Portret van Willem Crul, schout bij nacht. Ten halven lijve, staand voor een tafel waarop zijn hoed ligt, met een verrekijker in de rechterhand, de linkerhand rustend op het gevest van zijn zwaard. Op de achtergrond een zeegezicht. Kopie naar het origineel van Heinsius uit 1763. Het origineel in het Rijksmuseum schrijft dit werk toe aan Johann Ernst Heinsius, een duitse familie.
Fred Heinsius | 2007-04-09 | 21:05:58Historie-penningen 1781. Ter gedachtenis van den Schout-bij-Nacht Willem Crul, zilver. Reize naar de Caribsche Eilanden, in de jaren 1780 en 1781 / door Cornelius de Jong, toen ter tijd als Luitenant dienende, aan boord van s'lands Schip van Oorlog Mars; onder bevel van den Schout bij Nacht Willem Krul. Met platen. Haarlem : Franois Bohn, 1807. In de naastvolgende maand Februarij, had de Maatschappij het verlies van een ander verdienstelijk medelid, den Heer Cornelius de Jong van Rodenburgh namelijk, te betreuren, die op den 11 dier maand, in den ouderdom van omtrent zes en zeventig jaren, binnen 's Gravenhage overleed. Hij zag op den 7 van Zomermaand des jaars 1762 te Oudewater, waar zijn vader Dominicus de Jong, het ambt van Secretaris bekleedde, het eerste levenslicht. Zijne moeder, gesproten uit het oude geslacht van Zijll en Rodenburgh, stelde hem door haar overlijden in het bezit der heerlijkheid Rodenburgh, waarvan zij de laatste Vrouw was, en van welke hij sedert, op het voorbeeld van alle vroegere bezitters, den naam bij dien van zijn geslacht voegde. Reeds vroeg blaakte in hem eene sterke zucht voor de zeedienst, welke door verhalen omtrent den Luitenant Admiraal Schrijver, wiens broeder zijn oudoom was, bij hem was opgewekt. Niet zonder moeite verwierf hij de toestemming zijner ouderen, die hem gaarne de loopbaan der letteren hadden zien intreden, om aan die zucht voldoening te geven. In 1777, naauwelijks vijftien jaren oud zijnde, deed hij, als Adelborst, op 's lands Fregat Thetis, naar de Middellandsche zee bestemd, zijnen eersten zeetogt. Hij deed zich op dezen togt zoo gunstig kennen, dat hij eerlang tot Luitenant bevorderd werd, en in die hoedanigheid, in de jaren 1780 en 1781, den Schout bij Nacht Krul, op zijnen togt naar de Karibische eilanden met 's Lands oorlogschip Mars, van vier en zestig stukken, vergezelde. Op de terugreize naar het Vaderland werden onze brave zeehelden, die eene talrijke koopvaardijvloot onder hunne bescherming hadden, nog geheel onkundig van den rampzaligen oorlog, tusschen ons Gemeenebest en Engeland ontstaan, niet verre van St. Eustatius, door drie vijandelijke oorlogschepen omringd, van welke twee het hunne in sterkte merkelijk overtroffen. Zij weigerden nogtans aan de opeisching ter overgave te voldoen; doch werden, na een hevig gevecht, waarin de dappere Bevelhebber, den Nederlandschen krijgsroem op eene waardige wijze handhavende, nevens vele anderen sneuvelde, door den geheel ontredderden staat van hunnen bodem, ten laatste genoodzaakt, om overeenkomstig het jongste bevel van den stervenden Krul, de vlag te strijken. Hierop naar Eustatius teruggevoerd, had onze de Jong, die, op den hem toevertrouwden post ten einde toe moedig volhardende, zich aan het dreigendst levensgevaar had blootgesteld gezien, onder de grievendste gewaarwordingen voor zijne vaderland-minnende ziel, vele harde bejegeningen van de Engelschen te verduren, tot het hem eindelijk vergund werd, naar het vaderland terug te keeren, waar hij tegen het einde des jaars 1781 aankwam. Reeds in den jare 1783 werd hij, nu tot den rang van eersten Luitenant verheven, op 's Lands oorlogschip Prins Willem, onder bevel van den Kapitein C. van Gennep, geplaatst, om daarmede een' togt, voor hem den tweeden, naar de Middellandsche Zee te doen, waarvan hij eerst in 's mans Reize naar de Caribische eilanden in Grasmaand des jaars 1785, in het Vaderland terugkeerde.
 
  voeg uw commentaar toe
naam
email
commentaar
afbeelding uploaden
verificatie

Typ de tekst van het plaatje in het veld. Klik op het plaatje als de tekst onleesbaar is.